Digitale dementie: pessimisme of realiteit?

Een nieuwe les, een nieuwe blogpost. Vandaag behandelden we het debat rond de impact van nieuwe media op onze samenwerking, waarin utopisten en neo-Luddisten lijnrecht tegenover elkaar staan. De eerste groep, utopisten, ook wel technofielen genoemd, is laaiend enthousiast over de opkomst van nieuwe media en zien technologie als de redding van onze maatschappij. De tweede groep, de neo-Luddisten, of technofoben is er dan weer van overtuigd dat de nieuwe media niets dan ellende met zich meebrengen. Van alle experts uit het veld die in de les aan bod kwamen, en er elk een andere mening op nahielden, was het Manfred Spitzer die de grootste indruk op mij achterliet. In een fragment uit Brandpunt, een Nederlands documentaireprogramma, heeft Spitzer het namelijk over wat hij zelf ‘digitale dementie’ noemt. Volgens de wetenschapper hebben nieuwe media namelijk een veel grotere impact op de hersenontwikkeling van onze kinderen dan we zelf willen geloven. Om zijn punt te illustreren vergelijkt hij onze hersenen met een spier die voldoende getraind moet worden, en dan vooral wanneer we jong zijn. Gebeurt dit niet, dan is de kans dat we worden getroffen door een vroege vorm van dementie een pak groter. Volgens Spitzer is het nu net het frequente gebruik van nieuwe media, die ons het dagelijkse leven steeds makkelijker maakt, dat ervoor zorgt dat onze jongste generatie niet vaak genoeg meer aangezet wordt tot nadenken. Volgens de wetenschapper is het voorbeeld bij uitstek hiervan de zoekmachine Google. We hebben dan wel gemakkelijke toegang tot meer informatie dan ooit tevoren, maar het vluchtige karakter van de nieuwe media zorgt ervoor dat deze informatie veel minder makkelijk opgeslagen wordt. Spitzer gaat zelfs nog een stapje verder, en maakt de krasse vergelijking tussen het gebruik van nieuwe media en de consumptie van alcohol. Hoewel alcohol en nieuwe media volgens hem even schadelijk zijn voor onze hersenen, en dan vooral bij minderjarigen, gaan we me met beide zaken op een totaal andere manier om. Dit komt volgens Spitzer vooral omdat de gevolgen van overmatig alcoholgebruik allang zichtbaar zijn, terwijl dit voor nieuwe media (nog) niet het geval is. Onze maatschappij zit volgens de wetenschapper dus vooral met een perceptieprobleem. Hij sluit zijn pleidooi af met de duistere voorspelling dat we tussen nu en twintig jaar te kampen zullen krijgen met dementie van epidemische aard, waarvan de gevolgen niet te overzien zullen zijn.

http://brandpunt.kro.nl/seizoenen/2013/afleveringen/23-06-2013/fragmenten/het-gewiste-geheugen

Als student journalistiek die zelf voortdurend gebruik maakt nieuwe media en hier later ook niet aan zal kunnen ontsnappen, neem ik in dit debat een positie in die ergens tussen het standpunt van de utopisten en de neo-Ludisten – een tegenstelling die ik sowieso al veel te extreem vind, inligt. Hoewel de theorie van Spitzer zeer logisch klinkt –en dat is ook wat ze net zo beangstigend maakt, geloof ik niet, of wil ik niet geloven dat de invloed van nieuwe media op onze hersenen zo straightforward kan zijn.

In mijn zoektocht naar iemand die in dit debat volledig ingaat tegen Spitzer stuitte ik op het essay Mind Over Mass Media van Steven Pinker, dat in 2010 gepubliceerd werd in The New York Times. In zijn stuk beweert Pinker, een Canadees-Amerikaans taalkundige en experimenteel psycholoog, dat angst voor vernieuwende mediavormen van alle tijden is. Zo waren zelfs de drukpers en kranten ooit het middelpunt van debat, en werden stripverhalen er in de jaren ’50 bijvoorbeeld nog van beschuldigd dat ze meer jeugdcriminaliteit veroorzaakten. Volgens Pinker één van de vele mythen rond nieuwe mediavormen die achteraf stuk voor stuk ontkracht werden. Er is volgens hem dus ook geen reden om te geloven dat wetenschappers als Manfred Spitzer, die Pinker aftekent als paniekzaaiers, het deze keer wel bij het rechte eind zouden hebben. Volgens hem is het inderdaad zo dat elke ervaring, dus ook elke keer we gebruik maken van nieuwe media, een verandering in ons brein teweeg brengt. “Deze veranderingen hoeven gewoon niet altijd zo negatief of ingrijpend te zijn”, aldus Pinker. Zo kunnen nieuwe media volgens hem onmogelijk ons natuurlijk vermogen om informatie te verwerken aantasten. Hij staaft deze mening door te stellen dat de mensheid er enkel op vooruit is gegaan sinds de opkomst van nieuwe media. Pinker brengt echter wel een duidelijke nuance aan. Hij geeft namelijk toe dat de overdreven hoeveelheid informatie die ons aangeboden wordt door de nieuwe media, best afleidend kan zijn, en dan vooral voor mensen met concentratiestoornissen. Daarom het volgende advies: “schakel je Blackberry uit tijdens het avondmaal, mijdt Twitter onder de werkuren en neem je tablet niet mee naar bed, nog Pinker. Hij sluit zijn redevoering voor de nieuwe media af door te stellen dat als ze echt zo schadelijk waren als sommige wetenschappers beweren, we deze negatieve gevolgen allang hadden gezien. Het feit dat de mensheid er alleen maar op vooruit blijft gaan op vlak van kennis en wetenschap is volgens Pinker dé aanwijzing dat we ons helemaal niet zoveel zorgen hoeven te maken.

Steven Pinker hangt in tegenstelling tot Manfred Spitzer dan wel een zeer geruststellend beeld op van de nieuwe media, maar slaagt er niet in om met studies te komen die zijn claims ondersteunen. Hetzelfde zien we bij opiniepeiler Maurice de Hondt, die trouwens ook kort aan bod komt in het fragment van Brandpunt. De Hondt is een overtuigd utopist en ijvert zelfs voor een verdere digitalisering van het onderwijs. Toch wordt er ook hier weer niet gerept over een sluitend bewijs dat een computer in de klas de leerlingen meer goed dan kwaad doet.

Cijfers die het tegendeel bewijzen zijn er jammer genoeg dan weer wel. Vorige maand bracht de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) nog verslag uit over een studie uitgevoerd in 31 landen die aantoonde dat leerlingen uit landen waar het vaakst een computer gebruikt wordt in de klas beduidend slechter scoren voor onder andere begrijpend lezen dan leerlingen uit landen waar dit niet het geval is. Verder is het vooral opvallend dat in een paar landen die op technologisch vlak tot de wereldtop behoren, waaronder China en Zuid-Korea, in het onderwijs amper gebruik maken van computers.

Zolang er geen nieuwe studies verschijnen die het tegendeel bewijzen, kan ik niet anders dan vaststellen dat Spitzer het wel eens bij het rechte eind zou kunnen hebben. De twee utopisten die ik in deze blogpost besprak, Steven Pinker en Maurice de Hondt maken namelijk enkel gebruik van hun hedendaagse ervaringen om hun argumenten te staven. En wil het nu net niet deze vertekende perceptie zijn waar Manfred Spitzer ons voor waarschuwt. Er zit voorlopig dus niet anders op dat dan de nieuwe media met mate te gebruiken, en voorzichtig af te wachten wat de toekomst onze gedigitaliseerde hersenen mag brengen.

Bronnen

http://brandpunt.kro.nl/seizoenen/2013/afleveringen/23-06-2013/fragmenten/het-gewiste-geheugen

http://www.nytimes.com/2010/06/11/opinion/11Pinker.html?_r=0

http://www.knack.be/nieuws/wereld/oeso-leerlingen-die-meest-met-computer-werken-hebben-slechtste-resultaten/article-normal-605283.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s